Het herstel op de Nederlandse arbeidsmarkt zet verder door. De aanhoudende groei van het aantal banen leidde in oktober voor het eerst in jaren tot een stevige groei van het aantal mensen dat zich aanbiedt op de arbeidsmarkt. Het is een teken dat meer mensen het weer aandurven zich als werkzoekend op de arbeidsmarkt te begeven.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam donderdag met de gunstigste cijfers over de arbeidsmarkt in een paar jaar. Het aantal banen steeg sneller dan in lange tijd het geval was, in een maand met per saldo 22.000. Dat was genoeg om de al aanzienlijke groei van de werkzame beroepsbevolking (met 21.000 mensen) op te vangen. Door die stijging daalde de werkloosheid met ‘slechts‘ 1000 personen.

‘Laten we niet het accent leggen op dat de werkloosheid in oktober minder snel is gedaald dan de afgelopen maanden’, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS. ‘Onderliggend is het cijfer over de afgelopen maand het beste dat we in tijden hebben gezien. Die combinatie van meer banen en meer aanbod van arbeid duidt op meer dynamiek op de arbeidsmarkt.’

Vanaf maart is het aantal banen toegenomen met 78.000. Het aanbod van arbeid bleef in die periode min of meer onveranderd. In oktober is nu voor het eerst sprake van een duidelijke toename, Van Mulligen waarschuwt wel dat het om een maandcijfer gaat en dat het niet gezegd is dat het aanbod van arbeid nu verder blijft toenemen.

Herstel onverwacht snel

De al maanden aanhoudende groei van het aantal banen draagt hoe dan ook bij aan de versterking van de economie. Al die mensen die weer een baan kregen hebben beschikken over meer geld om te uit te geven. Van Mulligen zegt dat het geleidelijk herstel van de consumptieve bestedingen te danken is aan het herstel van de woningmarkt en de arbeidsmarkt.

Het beeld op de arbeidsmarkt verbetert over een breed front, zowel voor mannen als vrouwen als ook voor de verschillende leeftijdscategorieën. De jeugdwerkloosheid was vorig jaar flink opgelopen. Maar ook hier is het beeld nu weer een stuk gunstiger. Van een top van 148.000 werklozen in de leeftijdsgroep van 15 tot en met 24 jaar in juli 2013, is de werkloosheid weer terug naar 114.000 in november. Het aanbod van jonge werkzoekenden nam in september echter met 8000 af en in oktober nog eens met 4000. Gezien de onveranderde werkloosheid de afgelopen twee maanden zijn er in die periode dus 12.000 banen voor jongeren bij gekomen, een teken dat hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren.

Tim Legierse van Rabobank karakteriseert het herstel op de arbeidsmarkt als onverwacht snel. ‘Het herstel komt eigenlijk een jaar eerder dan we hadden verwacht. Ondanks verlies aan banen bij de overheid en in de zorg is er toch groei van het aantal banen. Die kan dus alleen maar plaatsvinden in de particuliere sector.’

Legierse wijst erop dat in de verwerkende industrie de productiviteit al weer redelijk hersteld is. ‘Dat leidt ertoe dat wanneer er meer orders binnenkomen, er meteen nieuw personeel nodig is. Je ziet dat met name bij uitzendbureaus, zij merken het als eerste als de vraag naar personeel aantrekt en ze melden al geruime tijd groei van het aantal banen.

Pessimisme

De werkloosheid in Nederland kwam volgens de definitie van de International Labour Organisation (ILO) in oktober uit op 6,5% van de beroepsbevolking. Dit is even hoog als in september. Daarmee is de werkloosheid in Nederland internationaal gezien laag. De werkloosheid in de eurozone bedroeg in september namelijk 11,5% en in de Europese Unie 10,1%. Met circa 5% was de werkloosheid het laagst in Oostenrijk en Duitsland.

Het Centraal Planbureau lijkt te pessimistisch over de arbeidsmarkt. In september voorspelde het bureau nog — op basis van de ILO-cijfers — dat de werkloosheid dit jaar gemiddeld op 7,0% uitkomt. Voor volgend jaar wordt uitgegaan van 6,75%. Ook daar zit de werkloosheid met de 6,5% over oktober al duidelijk onder. De verwachting dat de werkzame beroepsbevolking dit jaar met 0,75% krimpt is inmiddels ook aan de pessimistische kant. Als het aantal werkenden in de laatste twee maanden van dit jaar onveranderd blijft daalt het aantal banen met 0,6%.

Andere definitie

Vanaf januari schakelt het CBS over op publicatie van de ILO-definitie. Het bureau ziet zich hiertoe gedwongen omdat het Centraal Planbureau en de Nederlandsche Bank deze definitie als leidraad benutten. Het belangrijkste verschil tussen de nationale en de internationale definitie van de beroepsbevolking is het aantal uren per week dat iemand werkt of wil werken. Volgens de internationale definitie, die aansluit bij de richtlijnen van de ILO, wordt iedereen geteld die werkt of wil werken, ook scholieren met een bijbaantje. Dat betekent dat de grens op één uur per week ligt. Volgens de nationale definitie bestaat de beroepsbevolking uit personen die een substantieel aantal uren per week betaald werken of dat daadwerkelijk willen. Daarom is de grens bij twaalf uur per week gelegd.

Bron: fd.nl

Terug naar overzicht