Het Nederlandse concurrentievermogen staat dit jaar stabiel op de achtste plaats, zo blijkt uit onderzoek van het World Economic Forum.

Het onderzoek in Nederland werd uitgevoerd onder leiding van professor Volberda, hoogleraar aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit: “Het excellente hoger onderwijs (derde positie), de snelle toepassing van nieuwe technologieën (negende positie) en ICT (achtste positie), en de continue aandacht voor innovatie (achtste positie) dragen bij aan zeer geavanceerde bedrijven (vijfde positie) die een belangrijke positie innemen in hoogwaardige internationale waardeketens.” Daarnaast spelen volgens professor Volberda ook een infrastructuur van wereldklasse (vierde positie), en de concurrerende (vijfde positie) en open markten (zesde positie) een belangrijke rol in het handhaven van de top tien positie op de mondiale concurrentie-index.

Nederland gehinderd door starre arbeidsmarkt en zeer kwetsbaar financieel systeem.
Ondanks de sterkten van de Nederlandse economie, wordt het concurrentievermogen gehinderd door blijvende rigiditeiten in de arbeidsmarkt. Volgens professor Volberda spelen de hoge kosten voor het aannemen en ontslaan van medewerkers (123e positie) en het gebrek aan flexibiliteit in de loonvorming (135e positie) de Nederlandse economie echter parten. Deze rigiditeiten worden als meest problematisch gezien voor het aantrekken van bedrijven in Nederland. Daarnaast is het financiële systeem in Nederland nog steeds kwetsbaar. De gezondheid van banken, aldus Volberda, staat nog steeds onder druk (80e positie) waardoor de kredietverstrekking naar het MKB maar moeizaam op gang komt (48e positie). Om het Nederlandse concurrentievermogen verder te verbeteren moet het kabinet de arbeidsmarkt hervormen en de toegang tot kredietverstrekking verbeteren.

Nederland scoort beter op innovatie.
Na een stroperige start begint het topsectorenbeleid van dit kabinet volgens professor Volberda zijn vruchten af te werpen: “Waar er afgelopen jaren een nijpend tekort was aan kenniswerkers, zijn er nu beduidend meer technici en ingenieurs beschikbaar (30e positie). Daarnaast is de samenwerking tussen universiteiten en het bedrijfsleven in de verschillende topsectoren sterk verbeterd (negende positie). Tevens zijn de bedrijfsinvesteringen in Research en Development toegenomen (zeventiende positie). Ten slotte zijn de wetenschappelijk onderzoeksinstituten in Nederland van topkwaliteit (zesde positie).”

Zwitserland en Singapore hebben hun koppositie weten te behouden
Door investeringen in talent en innovatie weten Zwitserland (eerste plaats) en Singapore (tweede plaats) hun koppositie behouden. Finland (vierde plaats) moet een positie in de top drie opgeven door een verslechtering van de macro-economische condities. Na jarenlange dalingen zet de Verenigde Staten zijn opmars voor het tweede jaar op rij voort en stijgt naar de derde plaats door hoger onderwijs van goede kwaliteit, een flexibele arbeidsmarkt, en zeer veel innovatieve bedrijven. Ook Duitsland is een plaats gezakt (vijfde plaats) door achterblijvende investeringen in infrastructuur en hoger onderwijs. Japan is met drie plaatsen gestegen naar de zesde plaats door de hoge investeringen in R&D, talent en innovatie. Zweden is de grootste daler van de zesde naar de riende positie door een starre arbeidsmarkt en zeer hoge belastingtarieven.

Kloof tussen Noord-Europa en Zuid- en Oost-Europa blijft gehandhaafd
Ondanks de aanwezigheid van maar liefst zes Europese landen in de top tien, zijn er ook veel Europese landen die beduidend minder goed scoren. Er is nog altijd een grote kloof tussen een Noord-Europese koplopergroep en een Zuid- en Oost-Europese achterhoede. Toch is er in deze achterhoede van landen met een lagere concurrentiepositie ook een verschil ontstaan. Landen die hervormingen doorvoeren ten bate van hun concurrentiepositie zien zichzelf flink stijgen op de mondiale concurrentie-index. Specifieke voorbeelden zijn Portugal (stijgt met vijftien plaatsen naar 36e positie) en Roemenië (stijgt met zeventien plaatsen naar 59e positie). Daarentegen laten landen zoals Italië (49e positie) en Frankrijk (23e positie) weinig verbetering zien.

Aanbevelingen
De Eerlijke Bankwijzer doet ook aanbevelingen aan de Nederlandse overheid: “Juist Nederland wordt internationaal veel bekritiseerd voor het faciliteren van constructies voor belastingontwijking en er dreigt een race omlaag tussen landen om bedrijven aan te trekken,” zegt Ras. “Uiteindelijk verliest iedereen daarbij. Nederlands zou daarom een duidelijk standpunt moeten innemen en scherpe internationale afspraken maken om belastingontwijking tegen te gaan. Dit zou landen als Zwitserland en Luxemburg verplichten om automatisch gegevens over vermogens uit te wisselen, ook met belastingdiensten in ontwikkelingslanden. En dwing banken om transparant te zijn over hun activiteiten in belastingparadijzen.'”

Bron: managersonline.nl

 

Terug naar overzicht