Volgens de economen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg hoeft Rutte 2 niet te zoeken naar een nieuwe uitdaging voor de resterende kabinetsperiode. De coalitie VVD en PvdA zou zich meer bezig moeten houden met de nieuwe economie die gekenmerkt wordt door digitalisering en nieuwe technologische ontwikkelingen. Vermeend en Van der Ploeg nodigen het kabinet uit om een concrete beleidsagenda op te stellen die daarop inspeelt en kan leiden tot extra groei en werkgelegenheid. In hun column geven ze een voorzet voor deze agenda.

Volgende week gaat een nieuwe lichting scholieren en studenten vol goede moed achter de studieboeken zitten. Als ze na een aantal jaren hun opleiding en studie hebben afgerond, zal de huidige arbeidsmarkt ingrijpend veranderd zijn. Door die veranderingen neemt de kans toe dat een toenemend aantal afgestudeerden wordt opgeleid voor functies die straks niet meer bestaan of minder gevraagd worden. De ervaring leert dat het voorspellen van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt veel weg heeft van beursvoorspellingen. Ze komen meestal niet uit. Met dat probleem worstelt ook het kabinet Rutte als het gaat om het werkgelegenheidsbeleid. Het komende decennium zal het scheppen van voldoende banen de belangrijkste opgave zijn.

Tot op heden is de aanpak van Rutte 2 in hoofdzaak gebaseerd op banenplannen en loonkostensubsidies. Die bieden, zoals we vorige week schreven, geen structurele oplossing. Daarvoor is het eerst nodig een zo goed mogelijk beeld te krijgen van ontwikkelingen en trends die van invloed zijn op de arbeidsmarkt van vandaag en vooral die van de toekomst. Op basis daarvan moet worden beoordeeld met welke instrumenten de overheid een bijdrage kan leveren aan het scheppen van banen. Hier ligt een mooie uitdaging voor de regeringscoalitie van VVD en PvdA. Kijk nu al vooruit en speel daarop snel en creatief in met een concrete beleidsagenda voor de ‘nieuwe’ economie. Die agenda is tevens van groot belang voor ondernemers, onderwijsinstellingen, werkzoekenden en scholieren en studenten.

Beleidsagenda

In die agenda moet worden geanticipeerd op ontwikkelingen en trends die onze economie razend snel zullen veranderen. Het gaat vooral om de onstuitbare opmars van het internet en technologische ontwikkelingen. Maar ook om economische machtsverschuivingen in de wereld tussen westerse industrielanden en opkomende economieën als China en India. Deze ontwikkelingen zullen niet alleen de economieën en arbeidsmarkten beïnvloeden, maar ook de omzet van bedrijven. Vooral door het mobiele internet, nu al aangeduid als de tablet en smartphone economie.

Daarnaast krijgen ondernemingen te maken met een scherpere internationale concurrentie en wereldwijde klanten die mondiger en veeleisender worden. Dankzij het internet hebben consumenten een toenemende invloed op dienstverlening en producties. De afgelopen jaren zijn er wereldwijd talloze traditionele bedrijven ten onder gegaan omdat ze zich niet snel genoeg hebben aangepast aan de trend van digitalisering. Voorbeelden zien we in de muziekindustrie, de reissector, de boeken- en krantenwereld, maar ook in de detailhandel. Maar daar blijft het niet bij. Zo zien we dat de autoritjes-app Uber wereldwijd de taxibranche in rep en roer brengt. De internationale hotel sector ondervindt steeds meer concurrentie van de Amerikaanse huizendeelwebsite Airbnb. Deze bedrijven bestaan minder dan vijf jaar. Daarnaast zien we in Europa, ook in Nederland, de snelle opmars van Chinese webwinkels.

Technologische ontwikkelingen

Landen en bedrijven zullen steeds meer geconfronteerd worden met nieuwe technologieën Deze hebben zowel een sterke invloed op economieën als op bedrijfsresultaten. Internettoepassingen spelen een belangrijke rol. Ze staan in de kopgroep van innovaties met een sterke economische impact. Het gaat daarbij om het mobiele internet en internettoepassingen op allerlei terreinen, zoals e-business, e-government, e-health, e-education, e-towns, e-security, e-entertainment, e-energy (zie www.ebusinessbook.nl).

Daarnaast wordt het beleid van politieke beleidsmakers, bedrijfsmanagers en ondernemers beïnvloed door slimme robottechnologie, ‘zelfdenkende’ computers, het zogenoemde Internet of Things, 3D-printen, nano-technologie, cloudcomputing, serious gaming en analysetechnologie voor big data. Deze ontwikkelingen hebben een sterke invloed op de economische groei en arbeidsmarkt van ons land, maar ook op de verdienmodellen van bedrijven. Wie digitalisering en nieuwe technologische ontwikkelingen niet hoog op de beleidsagenda heeft staan, gaat de boot missen.

Hoofdpunten toekomstgericht werkgelegenheidsbeleid

In de nieuwe economie wordt de creatie van banen in hoofdzaak bepaald door een combinatie van de volgende (economische) stimulansen, waarbij het mkb een hoofdrol speelt. Voor Nederland als exportland gaat het in de eerste plaats om de internationale concurrentiekracht. Deze wordt bepaald door een groot aantal factoren, zoals het vestigingsklimaat, loonkosten, de belastingdruk, het onderwijspeil, innovaties, de arbeidsmarkt, een stabiel politiek klimaat, sociale en culturele voorzieningen enz.

Op de wereldranglijst voor concurrentiekracht staat Nederland op de achtste plaats ( zie www.weforum.org). We waren vorig jaar nog vijfde, maar zijn door beter presterende landen ingehaald. De daling op de lijst heeft ook te maken met onze zwakke punten, zoals de ‘slechte’ kredietverlening aan het mkb, een gebrek aan technici, onvoldoende uitgaven voor onderzoek, te weinig innovaties en een arbeidsmarkt die niet flexibel genoeg is. Die punten moeten dus worden aangepakt.

Voor werkgelegenheid is naast concurrentiekracht ook de nationale arbeidsmarkt van cruciaal belang. Kijken we naar de nieuwe economie dan zijn tegenstanders van een meer flexibele arbeidsmarkt bezig met een achterhoede gevecht. Voor werkgevers is flexibiliteit een noodzaak om te overleven. Economische ontwikkelingen zijn grillig en steeds minder voorspelbaar.

Door globalisering, digitalisering en technologische ontwikkelingen neemt bovendien de concurrentie toe. Op internationale markten is er steeds meer sprake van pieken en dalen. Daardoor moeten bedrijven flexibel en snel reageren op een veranderende marktvraag. Wetgeving moet dit niet belemmeren; dat kost banen. In de agenda dient ook onderwijs een prominente plaats te krijgen. We hebben opleidingen en studies nodig die adequaat inspelen op de nieuwe economie en veranderingen op de arbeidsmarkt.

Voor extra banen zijn tevens twee ingrijpend hervormingen nodig: een fundamentele herziening van de sociale zekerheid en ons zorgstelsel en een ingrijpende belastingherziening. De collectieve uitgaven voor zorg en sociale zekerheid moeten hoe dan ook omlaag; ze remmen de groei. De nieuwe economie vraagt om een belastingstelsel dat gekenmerkt wordt door eenvoud, met een belastingdruk waarmee we internationaal kunnen concurreren, dat minder nivelleert en dat economische groei, werkgelegenheid en ondernemerschap stimuleert.

Het valt te verwachten dat er politieke partijen zijn die op deze agenda een plaats willen inruimen voor recepten uit de oude doos, zoals VUT-regelingen, voorstellen voor een kortere werkweek, tijdelijke banenplannen en loonkostensubsidies, quota, automatiseringsheffingen en het basisinkomen. Het kabinet beschikt over voldoende studies en praktijkervaringen die duidelijk maken dat deze lapmiddelen niet werken en zelfs schadelijk zijn voor groei en werkgelegenheid. Ze passen ook niet in de nieuwe economie, het zijn fossielen uit het verleden.

Bron: Telegraaf.nl

door Willem Vermeend en Rick van der Ploeg

Terug naar overzicht