De vaderlandse arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler. Het aandeel flexwerkers in de Nederlandse beroepsbevolking is de afgelopen tien jaar gestegen van 12% naar 16%.

Uit een vrijdag verschenen analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek en TNO blijkt dat de gevolgen van de toegenomen flexibilisering divers zijn. Al staan er in het rapport ook veel bevestigingen van eerder gesignaleerde ontwikkelingen.

Arbeidseconoom Ronald Dekker (Universiteit van Tilburg) stelt dat het nu duidelijk is hoe het staat met de doorstroom van werknemers die een tijdelijk contract hebben, maar met uitzicht op vast werk. “Tot enkele jaren geleden werd die groep niet apart onderscheiden door het CBS. Uitzicht op vast werk werd gelabeld als ‘vaste baan’. In dit rapport kunnen we zien hoe het daadwerkelijk gaat.”

Vooruitzichten

De vooruitzichten voor deze groep zijn – het zal niet verbazen – beter dan bij andere groepen flexwerkers. De helft heeft binnen een jaar inderdaad een vast contract bij zijn werkgever. “Al is het in deze tijden ook niet altijd vanzelfsprekend dat er sneller een vast contract komt”, zegt Dekker. “Het komt vaker voor dat ondanks het ‘uitzicht op vast’ er toch nog een keer een tijdelijk contract volgt.”

Daarnaast was Dekker opgevallen dat er geen negatieve gevolgen zijn voor de gezondheid bij mensen die meerdere banen combineren. “Dat lijkt dus mee te vallen.” Uit het rapport blijkt dat een half miljoen werkenden in Nederland meer dan één baan heeft.

In het onlangs gesloten sociaal akkoord wordt ook werk gemaakt van het terugdringen van uitwassen van flexwerk. Daarnaast wordt op termijn ook het ontslagrecht versoepeld.

Vogelvrij

“Flexwerk is op zich toe te juichen, maar het mag niet ‘vogelvrij’ betekenen voor de werknemer en ‘willekeur’ voor de werkgever. Door de afspraken in het sociaal akkoord gaan flex en vast meer naar elkaar toegroeien”, zegt Peter Conneman, adviseur arbeidsmarktvraagstukken bij Mercer.

“Over de hele linie neemt de mobiliteit op de arbeidsmarkt toe. Mensen wisselen vaker van baan”, zegt Conneman. “Wat mij opvalt in het rapport van het CBS en TNO is dat er ook aanwijziingen zijn dat dit goed is voor het langer inzetbaar houden van werknemers. Het past in mijn beeld dat als je mensen langer wil laten doorwerken, je ze ook uitdagend werk moet geven. Als werknemers routinematig hun werk gaan doen is de kans op verveling en desinteresse voor het werk namelijk groot.”

Uitdagend

Conneman adviseert bedrijven daarom ook regelmatig om werknemers ook binnen het bedrijf vaker van stoel te laten wisselen. “Op die manier houd je het werk voor mensen uitdagend.”

Er is nog een andere reden om meer werk te maken van wisselen van baan, leest Conneman in het rapport. “Er zijn voorzichtige aanwijzingen dat dit ook voorzichtige aanwijzigingen zijn dat dit een gunstig effect kan hebben op de gezondheid van werknemers. Het is een voorlopige conclusie en er zitten nog mitsen en maren aan, maar toch.”

Bron: Telegraaf

Terug naar overzicht